Inductiekookplaat:
Inschakelen: houd de AAN/UIT-knop ingedrukt tot het cijfer "0" op beide kookzones verschijnt. U hoort een korte pieptoon.

Kookzone kiezen en vermogen instellen:
Zodra de kookplaat is ingeschakeld, kiest u de kookzone die u wilt gebruiken en stelt u het vermogen in met de knoppen + of -.

De knoppen rechts bedienen de kookzone het dichtst bij u.

De knoppen links bedienen de kookzone het verst van u.

Uitschakelen:
Eén kookzone uitschakelen: zet het vermogen op 0 door op de knop - te drukken.
De hele kookplaat uitschakelen: houd de AAN/UIT -knop ingedrukt.

Opmerking:
Een inductiekookplaat werkt met een elektromagnetisch veld dat de warmte rechtstreeks in de bodem van de pan opwekt. Anders dan bij andere kookplaten wordt het oppervlak van de kookplaat zelf niet warm (behalve door restwarmte van de pan). Dit zorgt voor snel opwarmen, nauwkeurig koken en meer veiligheid, omdat de kookzone na gebruik snel afkoelt. Voor een goede werking moet u pannen gebruiken die geschikt zijn voor inductie, dat wil zeggen met een ferromagnetische bodem.
